Er mogen dan miljoenen domme Amerikanen op deze aardbol rondlopen, ze weten hun onzin vaak wel leuk te verwoorden. One-liners, catchphrases, soundbites, ze zijn er dol op. In de politiek-correcte hoek verzinnen ze ook fraaie termen. Ze zeggen bijvoorbeeld wel eens ‘physically challenged’ als ze gehandicapten bedoelen. Kijk, daar kunnen wij nog wat van leren!
Zo zou je iemand die een slecht humeur heeft niet chagrijnig moeten noemen, maar iemand met een ’stemmingsuitdaging’. Kan je huisgenoot niet goed koken, dan is er sprake van een ‘culinaire uitgedaagde’. Let iemand niet goed op in het verkeer: ‘aandacht uitgedaagde’.
Best clever gedaan. Je neemt geen positieve of negatieve benadering, maar houdt het compleet objectief door te kiezen voor de algemene term. Vervolgens plak je daar het woord uitdaging achter, om aan te geven dat de persoon in kwestie zich op dat vlak nog wat moet ontwikkelen.
Dat werkt eigenlijk twee kanten op. Zo kan iemand die te druk danwel te rustig is, iemand met een ‘tempo uitdaging’ genoemd worden. En iemand die een ‘inzet uitdaging’ heeft, kan zowel iemand zijn die van zijn luie donder moet komen, als iemand die moeten leren rustig aan te doen. Oftewel, het zegt weinig allemaal.







